top of page

Wat ergert woordvoerders? Wat vinden ze fijn aan de job? En wat vinden journalisten van woordvoerders?

  • Tom Van de Vreken
  • 18 mei
  • 8 minuten om te lezen

Dat woordvoerders een voorliefde voor cijfers hebben, is een open deur van het kaliber dat water nat is. De tiende editie van de Nacht van de Woordvoerder was het perfecte excuus om nog eens een bevraging uit te sturen over de job. 


Hierna vind je een antwoord op de vragen als wat woordvoerders zo fijn vinden aan de job, wat hen ergert in hun werkomgeving en bij de contacten met de pers. Omdat wederhoor niet meer dan normaal is, peilden we ook naar de mening van journalisten.   


Onze bronnen kunnen op beide oren slapen: het bronnengeheim is absoluut. Net als  PR-onderzoekjes heeft deze bevraging geen wetenschappelijke pretentie.


Steekproef

De bevraging werd online gehouden in januari en februari 2026. In totaal reageerden 113  respondenten: 89 woordvoerders en 24 journalisten.


Bij de woordvoerders gaat het om 51 procent vrouwen en 49 procent mannen. Ruim driekwart (78 %) werkt voltijds. De woordvoerders die deelnamen hadden gemiddeld negen jaar ervaring.


De journalisten die reageerden werkten op zeven verschillende redacties. Gemiddeld genomen hadden de journalisten negentien jaar ervaring.


1. Antwoorden woordvoerders


82% doet job (meer dan) heel graag 

Of woordvoerders hun job graag doen? Reken maar van yes! Ruim zes op de tien antwoorden ‘heel graag’, 20 procent vindt het de beste job in de wereld. Twee procent doet het soms graag. 


Leve de variatie 

De variatie in de job (91%) - geen enkele dag is dezelfde - staat afgetekend bovenaan als reden waarom we de job fijn vinden. De adrenaline die er soms bij komt kijken (61%) haalt zilver. De snelheid waarmee je moet werken (47%) en het feit dat je op de eerste rij staat (47%) vervolledigen samen het podium.

Daarnaast verwezen de respondenten in de vrije antwoorden naar het volgende.

  • De contacten met verschillende collega’s.

  • De voldoening om complexe en soms gevoelige informatie te vertalen naar heldere en eerlijke communicatie, en rust te brengen wanneer de druk hoog is.

  • De dankbaarheid van collega’s als je hun verhaal in het nieuws kan brengen.

  • Deel zijn van het nieuws.

  • De creativiteit bij het schrijven van teksten en uitwerken van audiovisuele producten.

  • De impact om dingen ten goede te doen voor maatschappelijk belangrijke thema’s.

  • De brug slaan tussen beleid, praktijk en pers.


Grootste uitdaging: druk op journalisten

Qua uitdagingen voor woordvoerders springen er drie uit. Met 57 procent staat de toenemende druk op journalisten (met gevolgen voor de juistheid en snelheid) helemaal bovenaan. 


Waken over de juistheid van informatie die circuleert (43%) volgt op ruime afstand, op de hielen gezeten door een persoonlijke bezorgdheid: het bewaren van een goed evenwicht tussen werk en privé (40%). 


Het verwerken van grote hoeveelheden informatie (27%) en het feit dat influencers, content creators en celebrities voor veel mensen ook een informatiebron zijn (16%) maken het rijtje volledig. 

Een paar vrij ingestuurde uitdagingen.

  • Zorgen dat collega’s veel meer de reflex hebben om met nieuws te komen.

  • Het evenwicht zoeken tussen wat perswaardig is voor de pers en wat perswaardig is voor de directie. 

  • Experten ervan overtuigen dat we hun vaak complexe boodschap moeten hertalen naar een helder en bondig verhaal. En dat ze met overgenuanceerde standpunten geen pers halen.

  • Inspelen op de ongekende snelheid die journalisten verwachten. Tegelijk verwacht je werkgever dat je juridisch correct, inhoudelijk volledig en strategisch doordacht communiceert.

  • Tijdig de juiste informatie krijgen. / Tijdig op de hoogte zijn van hete hangijzers waarover vragen kunnen komen.

  • Een plaats aan tafel verwerven bij het beleid.

  • Volledig deconnecteren tijdens vakanties.

  • Door het grote verloop onder journalisten zijn ze niet meer mee met complexe sectoren / onderwerpen. In tegenstelling tot vroeger zijn er amper nog vakjournalisten met veel kennis over een domein. 

Grootste ergernis over de job: trage validatie

Dat we de job graag doen, betekent niet dat er geen ergernissen zijn. Dit is de top tien:


  1. De soms lange validatie van teksten en boodschappen (50%)

  2. Collega’s die niet begrijpen dat het snel moet gaan (46%)

  3. Collega’s die denken dat je iets letterlijk in de pers kan zetten (44%)

  4. Regelmatig gebeld worden door niet-journalisten (omdat gsm-nummers van woordvoerders makkelijk te vinden zijn) (31%)

  5. De permanente bereikbaarheid (30%)

  6. De moeilijkheid om iets te plannen, ook privé (23%)

  7. De te grote werkdruk / te weinig tijd om de job goed te doen (19%)

  8. De relatieve eenzaamheid in de job (17%)

  9. Wakker gebeld worden voor een interview (13%)

  10. Ook commerciële boodschappen moeten uitsturen (5%)


Bij de vrij ingestuurde ergernissen kwam het volgende terug.

  • Dat de directie communicatie beschouwt als een uitvoerende taak, en niet als een expertise.

  • Collega’s die bij de directie klagen wanneer je hun nieuws niet interessant genoeg vindt. Waarna je verplicht wordt om tijd te steken in iets dat uiteindelijk niet wordt opgepikt. Wat je dus al had aangegeven.

  • Vereenzelvigd worden met de pers, terwijl je aan de andere kant staat.

  • Het belang van persrelaties steeds moeten uitleggen aan marketeers.


Meeste waardering voor journalisten die afspraken nakomen

De bevraging peilde niet alleen naar de werkomgeving. Ook de samenwerking met de pers kwam aan bod. Daarin krijgen journalisten die afspraken (embargo, off the record, … ) nakomen met 80 procent de meeste waardering. Correcte en evenwichtige verslaggeving is met 75 procent goed voor een tweede plek. Kennis van het onderwerp (33%) en de afwezigheid van vooringenomenheid (25%) volgen op grote afstand.      

Grootste ergernis over journalisten: wederhoor terwijl stuk al klaar is

Er is geen twijfel over de grootste ergernis van woordvoerders over journalisten: bellen voor een reactie terwijl het stuk al klaar is (53%). Journalisten die niet weten waarover het gaat of niet zijn voorbereid (49%) kapen de tweede plaats weg. Een fout in een stuk die niet of pas heel laat wordt gecorrigeerd (46%) vervolledigt het ergernispodium.


Verderop vinden we in het weekend gebeld worden voor een stuk dat helemaal niet dringend is (28%), niet bereikbaar zijn voor een correctie (25%) en meerdere woordvoerders contacteren voor info (terwijl er maar één kan geciteerd worden) (16%).

Een greep uit de vrije inzendingen.

  • Een correct artikel met een klotetitel en de journalist die zegt: ‘Het was de eindredacteur.’

  • Journalisten die je altijd bellen - ook al ben je met vakantie - terwijl er een perslijn is. 

  • De sensatiezucht van sommige redacties: ‘We zijn liever de eerste met foute info die we later wel rechtzetten.’ 

  • Gebeld worden door een journalist die een expert zoekt, die snel vinden en dan te horen krijgen dat er al iemand anders is gevonden.

  • Journalisten die enorm veel vragen afvuren die veel werk vragen, maar niet altijd tot artikels leiden.

  • Dat wetenschappelijke feiten soms gelijkgesteld worden met ideologische meningen.


78% heeft al interview gegeven in (of zonder) nachtkledij

Een paar fun facts. 78 procent heeft al in nachtkledij (of zonder) een interview gegeven. De rest is ofwel nooit wakker gebeld, of kleedt zich eerst aan.

De douche en het bad zijn voor ruim driekwart (79%) interviewvrije momenten. Iets meer dan een vijfde (21%) heeft ook daar een journalist te woord gestaan.

Opmerkelijkste interviewlocaties

Wanneer de plicht roept, staan woordvoerders er. Op welke gekke momenten en plaatsen zijn er al interviews gegeven?

  • de kleedcabine van het zwembad 

  • in een ziekenhuisbed 

  • in een mortuarium

  • in de gang van het verloskwartier van het ziekenhuis (‘terwijl mijn vriendin in arbeid was’)

  • de kinderboerderij, met twee kinderen van minder dan vier jaar aan de benen 

  • op een volle tribune in het Anderlecht-stadion 

  • op een carnavalsfeest

  • in de tuin met een huilende kleuter aan elk been over lastige COVID-onderwerpen (waaronder een overleden medewerker)

  • in het gemeentehuis tijdens een trouw (‘ik was een van de getuigen’) 

  • op de skilatten drieduizend meter hoog op een gletsjer, met een hoop boenke-boenke op de achtergrond 

  • op de begrafenis van mijn grootvader 

  • in de backstage van een concert, tussen twee nummers op het podium door

  • bij de kapper, die spontaan alle haardrogers en de radio uitzette

  • ‘onder mijn lief’


2. Antwoorden journalisten


92% werkt graag met woordvoerders

Een mooie binnenkomer: 92 procent van de journalistieke respondenten werkt in het algemeen vaak (67%) of regelmatig (25%) graag samen met woordvoerders. 


Slechts acht procent zegt dat ‘soms’ graag te doen. Geen enkele journalist werkt niet graag met woordvoerders.


Woordvoerder is nuttige hulp

De helft van de journalisten (50%) vindt dat woordvoerders een hulp zijn. Een kleine veertig procent (38%) antwoordt dat woordvoerders - net als journalisten - een job doen. 


Telkens vier procent is minder positief: woordvoerders zijn een noodzakelijk kwaad of een vertragende factor. Nog eens vier procent contacteert liever mensen buiten de woordvoerder om.

Belangrijkste eigenschappen voor woordvoerder: bereikbaar zijn & snel correcte info geven 

Twee eigenschappen zijn volgens journalisten een absolute must have (75%): bereikbaar zijn en snel met correcte informatie komen. 


Betrouwbaar zijn (niet liegen) is op afstand derde (42%), net voor goed op de hoogte zijn van het reilen en zeilen in de organisatie en meedenken met de journalist (beide 38%). Ook reageren bij slecht nieuws is goed voor 33 procent. 

Zaken die de journalisten zelf aandroegen: off the record gaan, proactief contact opnemen bij belangrijke informatie voor de doelgroep van een redactie en begrijpen dat een journalist ook lastige vragen moet stellen. 


En ook: ‘Niet met alle macht proberen om de inhoud, insteek en stijl van een stuk te bepalen.’ Of: ‘Ik heb meer aan een woordvoerder die meteen zegt dat hij niet gaat reageren of niets wil delen, dan iemand die urenlang de telefoon niet opneemt en je lijkt te ontwijken. Want dan blijf ik proberen voor een reactie, wat voor beide partijen vervelend is.’


Grootste ergernis: niet bereikbaar zijn

Na de vorige vraag is de grootste ergernis geen verrassing: topantwoord is niet bereikbaar zijn (79%), niet reageren op vragen (54%) en rond de pot draaien of weinig informatie geven (50%). 


Verderop vinden we liegen en afspraken niet nakomen (bv. beloven om terug te bellen) (29%), te veel persberichten zonder nieuwswaarde en nabellen of de journalist een persbericht of uitnodiging heeft ontvangen (beide 25%).

Hierna nog enkele vrije ergernissen die werden ingestuurd.

  • Woordvoerders die reageren dat je de vragen moet mailen.

  • Nietszeggende quotes van verschillende mensen die alleen maar ballast zijn voor het artikel. 

  • Met het idee waarvoor een journalist medewerking vroeg gaan leuren bij andere redacties om meer airplay te krijgen. ‘Wie dat doet, komt op de zwarte lijst.’

  • De reactie dat hetgeen waarvoor je belt ‘toch geen nieuws is’.

  • PR-bureaus die je contacteren voor ‘brol’ of een fake onderzoek. 


Te veel persberichten met te weinig nieuwswaarde

Qua persberichten mag het wat minder zijn. Ruim zes op de tien journalisten vinden dat ze vaak persberichten met te weinig nieuwswaarde krijgen. 

Nieuwswaarde ingeschat via eerste alinea’s persbericht 

De eerste alinea’s zijn voor journalisten doorslaggevend om de nieuwswaarde in te schatten. Op de vraag wanneer een journalist beslist of een persbericht interessant is dit de winnende volgorde:


  1. de eerste alinea’s (33%)

  2. de eerste alinea (29%)

  3. de volledige tekst (21%)

  4. de kop en onderkop (17%)


Detail: de afzender is geen criterium om de nieuwswaarde in te schatten.

Gelieve niet na te bellen

Over nabellen na een persbericht of uitnodiging stelden we een aparte vraag. Wat blijkt? De praktijk kan op weinig enthousiasme rekenen. 


Een derde (33%) van de journalistieke respondenten vindt het ergerlijk en vraagt om ermee te stoppen. Dik veertig procent (42%) begrijpt dat het gebeurt, maar krijgt liever een mail of bericht. Slechts een kwart vindt het niet storend.


Een van de journalisten vermeldde ook zijn of haar ergernis over ‘voorbellen’. Dat is opgebeld worden nog voordat een persbericht is verzonden om alle info te overlopen die in het persbericht zal staan. ‘Dan kan je me even goed het persbericht bezorgen. Tenzij het écht belangrijk nieuws is dat snel gebracht moet worden,vind ik voorbellen ergerlijk. Want het is tijdverspilling voor de journalist.’


3. Vragen voor beide groepen


Woordvoerders worden niet betaald om te liegen

In 2016 interviewde Joël De Ceulaer voor De Morgen politiek journalist Rik Van Cauwelaert. Op de vraag of woordvoerders de journalisten gebruiken antwoordde Van Cauwelaert: ‘Natuurlijk. Die mensen worden betaald om tegen journalisten te liegen.’


Met die stelling vindt hij geen steun bij de journalisten die deelnamen aan de bevraging. Honderd procent beweerde zelfs het tegendeel.

Bij de woordvoerders klinkt het gelijkaardig. 81 procent zegt nooit gelogen te hebben, 14 procent kan het zich niet herinneren. Toch erkennen 5 van de 89 respondenten al eens gelogen te hebben.  

2 keer onderscheiding

We vroegen zowel woordvoerders als journalisten welke score ze de andere beroepsgroep geven. Dat leverde twee onderscheidingen op. De woordvoerders geven de journalisten 7,1 op tien. De journalisten zijn met 7,3 iets guller.  


Woordvoerders blijven bestaan

Woordvoerders mogen we gerust zijn: bijna alle woordvoerders en journalisten (96%) denken   dat er over tien jaar nog woordvoerders zullen zijn.


 
 
 

Opmerkingen


© 2026 by Stichting Corporate Communicatie

bottom of page